Waarom?

Bijna 2000 jaar geleden werd door de Romeinen aan de noordelijke grens van hun Rijk Traiectum gesticht, het latere Utrecht. Kwartiermakers die voor de legers uit wegen in kaart brachten en geschikte vestigingsplaatsen zochten, besloten pas na enkele overnachtingen of een plek de juiste was om er een castellum te stichten. Als het vee dat met de troepen meetrok steeds weer in een hechte groep op dezelfde plek lag, dan was dat de ideale plaats voor een vesting.

Er zouden daar namelijk wervelende energiebundels aan de aarde ontsnappen, vortices die voorspoed en geluk brachten.

Misschien wetenschappelijk niet onderbouwd, maar wel grappig is dat er vrij recent onderzoek is geweest naar de mate waarin stadsbewoners zich tevreden of gelukkig voelen in en met hun omgeving. Uit dat onderzoek zou blijken dat bewoners van steden op plaatsen waar Romeinen hun castella hadden gebouwd – en dat zijn er nogal wat –  het meest tevreden zijn.

De steden Aix-en- Provence (Zuid Frankrijk) en Utrecht scoren het hoogst op een schaal van geluk en tevredenheid. Laten we niet te zwaar tillen aan het ontbreken van onomstotelijk bewijs dat aardstralen hier mogelijk aan het effect bijdragen.

Utrecht beschikt in elk geval over de magische en welhaast magnetische kracht om mensen die er geboren werden of op andere manier er hun hart aan hebben verpand vast te houden. Zo ook decennia, nee, eeuwenlang vele kunstenaars die het niet lukte – uitzonderingen daargelaten – om uit te breken en tot grotere faam door te stoten. Heel vaak ten onrechte, en afgerekend op het feit dat ze ‘uit Utrecht kwamen’, een burgerlijk stadje waar boeren, burgers en buitenlui elkaar troffen op de markt en daarbuiten in gezapigheid verder leefden. Een pikante vergelijking die past in het hierboven genoemde tevredenheidsonderzoekje is dat Amsterdammers op het gebied van kunst en cultuur naar Utrecht kijken als Parijzenaars naar Aix en Provence: kleinburgerlijk, bourgeois, te groot voor het servet, te klein voor het tafellaken.

Noem het valse bescheidenheid, maar Utrechtse kunstenaars worden meestal pas geëerd na hun dood. Hun werken worden getoond, de postume vernissages worden goed bezocht, iedereen vindt het mooi, spreekt vol lof – en daarna verdwijnt hun oeuvre weer voor onbepaalde tijd in duistere depots.

De Stichting Muzum wil alles in het werk stellen om daar iets aan te veranderen. Wég met die valse bescheidenheid en het denken dat het beste van elders komt, maar gewoon een vaste plek waar kunsten uit Utrecht en het Sticht permanent kunnen worden beleefd. Niet om ze in te kapselen, maar juist om ze een breed podium te geven.

Noem het een museum voor regionale kunsten. De kudde slaapt elke nacht op dezelfde plek, op wervelende energiebundels en bronnen van inspiratie. Hoogste tijd dat Utrecht daar een nieuw castellum opricht.

Felix Visser, voorzitter Stichting Muzum